Romee en een wonder uit Zweden

Artikel geschreven door dhr. R.J.Velthuijs

Dankzij ‘Tactiel Stimulering’

Om aan te geven hoe belangrijk ‘Tactiel Stimulering’ is geweest voor mijn vrouw, Romee, en voor mij, is een mailtje dat ik aan een goede vriend schreef een goed opstapje::

“Hier gaat het erg goed.
Deborah Lipschits * is met een week tussentijd twee maal uit Zweden naar hier gekomen om Romee behandelingen te geven die ‘Tactiel Stimulering’ heten.
De eerste keer kwam ze in de verwachting een terminale patiënt aan te treffen die ze met vijf behandelingen verlichting zou kunnen geven. Na die vijf behandelingen zou een door haar opgeleide therapeute die in Groningen woont de zaak met wekelijkse behandelingen op peil kunnen houden.
Romee reageerde echter zo verrassend veel beter dan te verwachten viel op die eerste vijf behandelingen, dat Deborah – thuis gekomen in Stockholm – met haar mentor is gaan overleggen.
Daaruit vloeide het advies voort nog vijf behandelingen te geven.
Zo gezegd, zo gedaan.

Voordat Deborah kwam, was Romee per dag nog in staat een bezoeker/ster te ontvangen en een paar uur in de tuin te werken. Maar tegen theetijd zocht ze de rust van haar gemakkelijke stoel en van de krant. Daarachter viel zij zij steevast in slaap en sliep tot ik haar wakker maakte omdat het eten op tafel stond. Ook ‘s avonds was zij tot weinig meer in staat dan tot rustig Tv-kijken.
Na drie behandelingen, ontving Romee zoals gewoonlijk bezoek en daarna werkte zij in de tuin die – zoals je weet – haar lust en haar leven is..
Maar later op diezelfde middag zijn we samen boodschappen gaan doen in de stad. We hebben er zeker een uur rond gelopen zonder dat Romee tekenen van vermoeidheid gaf..

Na vijf behandelingen, dat was op een zondag, ontvingen we vijf binnenvallende echtparen na elkaar, waaronder zoon Frits met vrouw en kinderen. Omdat kleinzoontje Maarten graag op ons paard wilde rijden, is Romee de hoeven van ons paardje schoon gaan maken. Alle vier. Zij werkte vooroverstaand, alsof er niks aan de hand was.
Daarna is ze, het paard met Maarten erop onder sim houdend, het hele weiland rondgelopen.
Die avond heeft ze gekookt en daarna heeft ze met mij tot half twaalf ‘s avonds aan een rapport gewerkt over voor-en-na-de-behandeling dat ik had beloofd naar Zweden te sturen.
Toen werd zij wel moe. Maar dat zou ieder gezond mens ook geweest zijn na zo’n intense en lange dag.
Dat haar dag zo zou kunnen verlopen was drie dagen eerder nog volledig ondenkbaar.

Toen Deborah met haar behandelingen begon, kon Romee niet op de buik liggen om haar rug te laten behandelen. Zij lag op haar zij.
Nu kan ze de behandeling plat op haar buik liggend ondergaan.
Ze kon, zoals je weet, al heel lang nauwelijks aanraking aan de linkerhelft van haar gezicht velen, maar laatst zag ik haar slapen, op haar buik met de linkerwang in het kussen.

Haar stemming is prima.
Natuurlijk zijn er ups en downs. Deborah heeft van meet af aan duidelijk gezegd dat ‘Tactiel Stimulering” Romee niet kan genezen, maar dat het gaat om verbetering van de kwaliteit van haar leven.
En die verbetering is zeer zichtbaar.
Romee en ik weten nauwelijks wat ons overkomt. Ook kan niemand ons zeggen hoe lang en in welke mate zij zo merkbaar baat zal blijven hebben bij Tactiel Stimulering..
Zoals je weet leven we al lang bij de dag en zijn we blij met iedere goede dag die we hebben.
Inmiddels zijn dat er al heel veel gebleken.
De ziekte gaat intussen wel door. Maar wellicht trager?”

Wij wisten dat Romee dodelijk ziek was.
Toen wij kennis maakten met ‘Tactiel Stimulering’ hadden we namelijk al een half jaar geleefd in de verwachting dat Romee nog hoogstens dat halve jaar vergund zou zijn, plus misschien een paar maanden.
Zij leefde toen dus al langer dan verwacht kon worden.
Hoewel zij mentaal sterk was, en zij zich er iedere ochtend toe zette vooral lopend patiënt te zijn, was zij vreselijk ziek.

Na die eerste tien behandelingen trad een periode in waarin Romee twee maal per week een onderhoudsbehandeling kreeg.
Dat was toen voldoende.

Romee verzuchtte vaak: “Ik weet dat ik ziek ben, maar ik voel het niet meer zo”. Zij was de hele dag op en actief, als een gezond mens, intens genietend van haar tuin en van de lieve mensen die bleven komen. In die conditie is zij ruim twee jaar gebleven.
Romee leed aan een vorm van kanker (aan de top van een speekselklier) die veel pijn veroorzaakte in het hoofd en het aangezicht.
Vrijwel direct toen het ongeneeslijke en dodelijke karakter daarvan duidelijk werd is pijnbestrijding met morfine ingezet.
Die pijnbestrijding bleek op slag effectief.
Pas later hebben we overigens begrepen dat het helemaal niet vanzelf spreekt dat een patiënt meteen goed reageert op het gekozen middel.

Het lichaam went aan morfine, bovendien ontwikkelt de ziekte zich. Daarom moet de dosering van tijd tot tijd verhoogd worden.
Romee had die verhogingen aanvankelijk niet nodig. In tegendeel: extra pilletjes die zij mocht nemen indien de pijn te hevig werd, heeft ze vele maanden lang maar zelden moeten innemen.
Deborah echter wist dat er een tijd zou aanbreken waarin twee behandelingen per week niet langer voldoende zouden zijn. Op den duur zou de behandeling eigenlijk dagelijks moeten plaatsvinden.
Als je vier cursisten bij elkaar haalt, kom ik naar Nederland om het jullie te leren” beloofde Deborah.
Zo geschiedde.
Alleen bestond ons klasje niet uit vier, maar uit tien cursisten, waaronder onze zoon Frits, onze schoondochter Marieanne en mijzelf.

Daardoor heb ik Romee gedurende vele maanden dagelijks mogen behandelen. Alleen op vrijdag werd ik vervangen door Ageeth Jorna, de inmiddels vriendin des huizes die van meet af aan voor Deborah is ingevallen en op wie Romee erg gesteld was geraakt.
We hadden allemaal behoefte aan een methode om vast te stellen dat mijn behandeling technisch op niveau bleef. De wekelijkse behandelingen van Ageeth, en onze gesprekken daarover, leverden de vergelijkingscontrole waaraan ik behoefte had.

Dat ik echt iets voor Romee kon doen dat hielp de kwaliteit van haar leven zo lang goed te houden, is voor ons beiden van groot belang geweest.
We ontwikkelden een dagelijkse routine die snel dierbaar werd:
Elke ochtend vroeg zette ik in de ruimte waar de massagetafel stond de radiator hoger, Als de kamer goed op temperatuur was, maakte ik Romee wakker en gaf haar thee en de pillen die zij moest nemen. Een tijdje daarna. haalde ik haar op om naar de massagetafel te gaan in de naastliggende kamer boven.
Dankzij een krukje klom ze geheel zelfstandig op de tafel. Daarna pakte ik haar in en werkte ik het vertrouwde en troostende ritueel af.
‘Tactiel stimulering’ is bepaald een zachtaardige, lieve behandeling.

Na vele maanden brak een periode aan waarin de romp van Romee zo gevoelig was geworden dat ik haar bijvoorbeeld niet meer kon omarmen om haar te troosten.
Het idee te moeten sterven heeft haar veel verdriet gedaan. En soms werkte de pijnstillers niet. Daaraan besteden de medici altijd grote aandacht, maar sommige perioden zijn desondanks moeilijk geweest.
Dan wil je graag troosten, maar tot veel meer dan de hand vast houden waren we echter niet meer niet in staat.
Die behandelingen, elke ochtend waren ook hierdoor een bron van troost voor ons beiden.

Een maand voordat Romee stierf was zij niet meer in staat voedsel te verwerken. Haar ingewanden waren te zeer aangetast. Zij vermagerde en verzwakte nu snel.
Maar zij bleef lief en opgewekt en dapper.
Inmiddels was zij volledig bereid te sterven.
In die periode had een gespecialiseerd verpleegkundig team van Icare zich de zorg voor Romee aangetrokken.
Doordat te voorspellen was dat volledige verpleging spoedig nodig zou zijn, is Romee in een ziekenhuisbed gaan slapen dat in de logeerkamer parterre was opgesteld. Ik sliep in het bed ernaast.
Dat deed ons beiden goed.
Romee werd nu elke ochtend verzorgd. Maar nog steeds stond zij op uit bed. Zij werd elke ochtend het bad in geholpen door een van de verpleegkundigen.
Romee kon goed met hen opschieten. Ze complimenteerde een van hen eens: “Je moet wel geduld hebben om patiënten zo te laten badderen”..
Maar Romee” was het antwoord “van al onze patiënten ben jij de enige die nog uit bed kan komen”.

Zoals gezegd stond onze massagetafel boven. Het was een kleine moeite geweest hem naar beneden te halen, maar dat wilde Romee beslist niet.
Ik zie nog het verbaasde gezicht van de verpleegkundige toen zij Romee op een van die laatste dagen geheel zelfstandig de trap zag beklimmen.
Ik liep vlak achter haar om haar op te vangen, maar dat was niet nodig. Wel was voor het eerst een steuntje op de laatste tree gewenst.

Op deze zelfde dag zijn wij daar het nieuwe huis gereden dat onze oudste zoon en schoondochter hadden gevonden.
Moeizaam klom Romee uit de auto en zij schuifelde de straat over.
Het huis heeft twee behoorlijk steile trappen.
Romee is ze beide opgeklommen, weer met mij als vangnet, maar geheel op eigen kracht. Ze heeft alle kamers bekeken, en het balkon, en de tuin..
Toen wij weer thuis kwamen was zij er diep voldaan over dat zij dit had kunnen doen.

Zoals gezegd had zij toen al bijna een maand niet gegeten. Zij was sterk vermagerd en op, en klaar met het leven.

Kort daarop is terminale sedatie ingezet.
Wij hadden afgesproken dat ik haar handen tactiel zou blijven geven, ook als ze sliep.
Dat heb ik regelmatig gedaan in die dagen die ons nog restten.
Aanvankelijk maakte zij duidelijk dat zij dat voelde, door een glimlach.
Van de allerlaatste fase weet ik alleen maar zeker dat het mijzelf zo geweldig veel goed heeft gedaan.

Romee hield van het leven, van haar familie en van haar vrienden, van haar tuin en van haar wereld.
Zij heeft bewust genoten van de totaal onverwachte zegeningen die “ tactiel stimulering” haar heeft gebracht.
Maar nu kon zij niet meer.
Een van de laatste dingen die zij zei was; “ Ik voel me een bevoorrecht mens’
Ik heb haar dat gelukkig vaker horen zeggen en ik ben ervan overtuigd dat zij dit oprecht zo voelde.